Zuid-Holland

Friesland

Groningen

Drenthe

Overijssel

Flevoland

Noord-Holland

Utrecht

Lauwersmeer

VBC Lauwersmeer

In de VBC werken beroepsvisserij, sportvisserij (Hengelsportfederatie Groningen Drenthe en Sportvisserij Fryslân), Staatsbosbeheer en Waterschap Noorderzijlvest samen aan duurzaam visstandbeheer. Het werkgebied van de VBC beslaat het Lauwersmeer. Hieronder is een gebiedsbeschrijving weergegeven.

 

Kaart; Lauwersmeer

Gebiedsbeschrijving en begrenzing
Het Lauwersmeer is een groot brak/zoetwatermeer, dat in 1969 is ontstaan door afsluiting van de oorspronkelijke Lauwerszee. Het Lauwersmeer heeft een wateroppervlakte van ongeveer 2000ha. Het totale Nationaal Park Lauwersmeer beslaat circa 5500 ha. Voor een uitgebreidere beschrijving van de huidige situatie en het beleid zie paragraaf 2.1 en 2.2 van Visstand Beheer Plan Lauwersmeer (VBP).

Visstand en viswatertype

Visstand
Het meest recente visstandonderzoek is in 2000 uitgevoerd in het Lauwersmeer ten behoeve van het VBP Lauwersmeer (Kroes & Riemersma, 2001). Er is zowel zomers als ’s winters gevist en er zijn kuil-, zegen-, fuik- en electrovisserijen uitgevoerd.

In totaal werden 23 vissoorten gevangen (voor compleet overzicht van de visserijresultaten zie Bijlage V). Brasem kwam qua gewicht het meest dominant in de vangsten voor, gevolgd door karper en snoekbaars. Qua aantallen waren de pos en de brasem sterk vertegenwoordigd. Daarnaast waren ook de blankvoorn, aal en spiering qua aantallen relatief sterk in de vangsten vertegenwoordigd. Over het algemeen was de groei en conditie goed tot zeer goed. De totale biomassa werd, op grond van de typering, draagkracht, groei en conditie, geschat op 400 tot 450 kg/ha. Voor meer informatie over de visstand van het Lauwersmeer, zie paragraaf 3.2 en 3.3 VBP Lauwersmeer, Kroes & Riemersma, 2000 en Kemper, 2001.

Viswatertype
Het Lauwersmeer is op grond van onder andere een geringe zichtdiepte, algenbloei en de afwezigheid van waterplanten grotendeels te typeren als het brasem-snoekbaars viswatertype. Dit geldt vooral voor het open water van het Lauwersmeer. De ondiepe inhammen en kreken vertonen daarnaast kenmerken van het snoek-blankvoorn viswatertype (Voor meer informatie zie paragraaf 3.1 VBP Lauwersmeer).

Het snoekbaars-brasem ondiep viswatertype

Vismigratie
Door de geïsoleerde ligging van het Lauwersmeer is vismigratie slechts mogelijk via de scheepvaartsluizen bij Dokkumer Nieuwe Zijlen en bij Zoutkamp (Reitdiep) en via de spuisluizen bij Lauwersoog.
Vismigratie naar de Electraboezem, via de sluizen bij Zoutkamp, is vrijwel het gehele jaar mogelijk. Alleen in perioden van hoog water gaan de sluizen dicht en is vismigratie niet mogelijk. Vismigratie met de Friese boezem via de sluizen bij Dokkumer Nieuwe Zijlen is lastig. Visintrek vanaf de Waddenzee is mogelijk via de spuisluizen bij Lauwersoog. Om de visintrek te bevorderen worden sinds een aantal jaren de spuisluizen vismigratievriendelijk bediend, door af en toe de sluisdeuren op een kleine kiertje te zetten. Mede door deze maatregel worden tegenwoordig in het Lauwersmeer (en het Reitdiep) weer regelmatig finten, harders, rivierprikken en zeeforellen aangetroffen. Voor meer informatie zie paragraaf 3.1 VBP Lauwersmeer.