Zuid-Holland

Friesland

Groningen

Drenthe

Overijssel

Flevoland

Noord-Holland

Utrecht

Waterschap Aa en Maas stelt zich voor...

Als bestuurlid van de Beheereenheid Stroomgebied De Aa – een samenwerkingsverband van 23 verenigingen – heb ik zitting in VBC Aa en Maas. Ikzelf ben lid van HSV Veghel en woon daar ook. Omdat ik betrokken ben geweest bij een aantal spiegelkarperprojecten in het zuiden van het land was de stap om tot het bestuur van Beheerseenheid De Aa toe te treden niet zo groot. Bovendien vind ik dat je je belangen alleen kan veiligstellen door ze zelf te behartigen.

Tot voor een paar jaar terug waren er twee beheereenheden in het stroomgebied van de Aa die elk apart vergunningen uitgaven. De visrechten lagen in die jaren nog bij de verenigingen zelf. Een eerste stap was om de visrechten onder te brengen bij de twee beheereenheden.

Tevens vonden gesprekken plaats om te komen tot één beheereenheid. Dat dit alles niet zonder slag of stoot gebeurde mag duidelijk zijn. Veel verenigingen beschouwden hun viswater als een troetelkind dat je niet makkelijk loslaat. Nu we wat jaren verder zijn wijzen alle neuzen gelukkig dezelfde kant uit en kan er vooruit gekeken worden. De visstandbeheercommissie draagt daar zeker aan bij.

Eén van de taken als hengelsportvertegenwoordiger binnen de VBC is het waarborgen van de bereikbaarheid voor vis en vissers. Ecologische verbindingszones kunnen de bereikbaarheid voor sportvissers verslechteren. Als VBC hebben we bijvoorbeeld een stekkenkaart opgesteld met hierop de veel bezochte visplekken. Deze is voor waterschap Aa en Maas mede uitgangspunt bij inrichtingsplannen. Ik vertegenwoordig de hengelsport ook binnen andere projecten zoals het masterplan bij Veghel en beekherstel Aa Heeswijk-Dinther. Hierbinnen hebben we tal van (invalide)steigers weten te realiseren met daarbij behorende parkeerplaatsen. Ook de bereikbaarheid stroomopwaarts voor vissen is een meer dan goede ontwikkeling die plaatsvindt. Tal van vistrappen zijn er nu te vinden in het stroomgebied van de Aa.

De kracht van de VBC zit erin dat alle belangrijke partijen vertegenwoordigd zijn in VBC Aa en Maas en je ze aan kunt spreken op hun verantwoordelijkheid om een goede visstand te waarborgen.

Peter Otte

Waterschap Aa en Maas onderzoekt werking vispassages

Vismigratie is belangrijk voor een gezond ecologisch watersysteem, voor nu én in de toekomst. Waterschap Aa en Maas bevordert dit en heeft de afgelopen jaren al verschillende vispassages aangelegd en er volgen er nog meer. Deze passages zorgen ervoor dat vissen obstakels, zoals stuwen, kunnen passeren. Zo kunnen vissen stroomopwaarts naar andere gebieden zwemmen. Hierdoor komen geïsoleerde en daardoor bedreigde populaties weer onderling met elkaar in contact. Dat maakt ze stabieler en gezonder. Ook maken de vispassages de paaigebieden bereikbaar. Maar werken deze passages goed? Om hier achter te komen is het waterschap een onderzoek gestart.

Waterschap Aa en Maas meet de werking en daarmee effectiviteit van een aantal vispassages. Op zes locaties in drie waterlopen worden metingen verricht. Het onderzoek duurt tot begin mei. De waterlopen en locaties zijn:
• Kaweise Loop ten zuiden van Bakel;
• Leigraaf, ten oosten van Middelrode, ten noorden van Heeswijk, ten westen van Vorstenbosch en ten westen van Uden;
• Sint Anthonisloop, ten noorden van Sint Hubert.

Gedurende de onderzoeksperiode wordt een fuik aan de bovenstroomse zijde van de vispassage vastgemaakt. Door te kijken hoeveel vis en welke soort vissen in de fuik zitten, kan het waterschap zien of de passage goed werkt. De fuiken worden een aantal keren per week geleegd. De aanwezige vissen worden op soort gebracht, het aantal geteld en hun lengte wordt gemeten. De uitkomsten van het onderzoek worden in de zomer verwacht.

Het waterschap gebruikt de resultaten om te bekijken in hoeverre de aanleg van vispassages een positieve bijdrage levert aan de visstand. De gegevens geven inzicht in of door het ontsluiten van leefgebieden een gezonde vispopulatie ontstaat. Adviesbureau Arcadis voert het onderzoek uit in opdracht van het waterschap.

Op 14 maart is voor het eerst de fuik geleegd (na twee dagen in het water gehangen te hebben). De vangstresultaten waren overweldigend: alleen al 1000 riviergrondels! Daarnaast zijn ook alver, blankvoorn, giebel, karper, kolblei en bermpje aanwezig. In de weken daarna zijn daarnaast ook ruisvoorn en winde aangetroffen. Hierbij hebben vrijwilligers vanuit de hengelsport geholpen bij het legen van de fuik en het tellen en op naam brengen van de vangst.

Later dit voorjaar kunnen vissen vanuit de Maas het stroomgebied van de Aa en de Dommel op zwemmen. De vispassage bij spuisluis Crèvecoeur in ’s-Hertogenbosch is dan gereed.

Hiermee maakt waterschap Aa en Maas het leefgebied én de overlevingskansen van verschillende vissoorten en ook de bever groter. Via een uitgekiend monitoringssysteem meet het waterschap of er vissen gebruik maken van deze nieuwe doorgang en hoe groot ze zijn. Informatie hierover is later op de website van het waterschap te lezen.

VBC Aa en Maas rondt eerste visplan van Nederland af

Visstandbeheercommissie Aa en Maas heeft als eerste visstandbeheercommissie in Nederland een visplan gemaakt voor een waterschapsgebied. Zij is hierbij gefaciliteerd door Sportvisserij Nederland. In november 2011 heeft het bestuur van waterschap Aa en Maas dit visplan goedgekeurd.

VBC Aa en Maas is het platform voor samenwerking, overleg en afstemming tussen belanghebbenden bij de visserij en de visstand in het werkgebied van waterschap Aa en Maas, inclusief de Brabantse kanalen die in beheer zijn bij Rijkswaterstaat. Deelnemers zijn: vertegenwoordiger(s) van hengelsportverenigingen, waterschap Aa en Maas, Brabants Landschap en Staatsbosbeheer; Rijkswaterstaat Noord-Brabant is agendalid. Onafhankelijk voorzitter is Paul van Poppel.

Het eerste visplan van Aa en Maas (plus de Brabantse kanalen) beschrijft het huidige en toekomstige visserijbeheer en de maatregelen of activiteiten die daarvoor nu en/ of later nodig zijn om dat beheer te realiseren. De visrechthebbenden, dat zijn de hengelsportverenigingen, laten in het visplan zien hoe zij op een verantwoorde én duurzame manier in het gebied zullen gaan vissen.

Het visplan is een zogeheten groeidocument, dat in de volgende jaren verder ingevuld zal worden. Het komend jaar begint de VBC met de uitvoering van een aantal activiteiten uit het visplan, zoals het opstellen van een visstekkenkaart (waar en hoe kan er worden gevist)

Voor de Rijkswateren, zoals de Brabantse kanalen, is het tegenwoordig verplicht om een visplan op te stellen. Voor de andere oppervlaktewateren uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) geldt deze verplichting ( nog) niet, maar de waterschappen hebben deze vrijwillig overgenomen en VBC's opgericht voor de opstelling van visplannen voor hun werkgebieden. In een later stadium komen daarin ook andere wateren aan de beurt, bijv. stedelijke vijvers.

VBC Aa en Maas stelt zich voor...

Een onderwerp, dat ik van groot belang vind, voor de behandeling in de visstandbeheercommissie, is het gevaar voor het uitsterven van de paling.
Wij zullen moeten bezien welke mogelijkheden er zijn om een bijdrage te geven om er voor te zorgen dat ook in de toekomst deze vissoort in onze wateren aanwezig blijft.

Paling plant zich voort in de Sargassozee. Daarvoor moeten schieralen (paairijpe alen) naar dit paaigebied zwemmen. De jonge aaltjes (glasalen) bereiken onze kust en begeven zich dan landinwaarts waar zij opgroeien tot schieralen. Gedurende de levensfasen treden er allerlei problemen op waardoor de aal met uitsterven wordt bedreigt. Het aanbod van glasalen is op dit moment bijvoorbeeld nog maar circa 1 % van de hoeveelheid in 1980.
Belangrijke oorzaken van de achteruitgang zijn:
• de sterfte in waterkrachtcentrales en gemalen
• bevissing
• invloed van vervuiling waardoor geen voortplanting meer mogelijk is

De achteruitgang geldt niet alleen in Nederland maar in geheel Europa. Door de Europese Unie is daarom bepaald dat ieder land een aalbeheerplan moet maken met als uitgangspunt dat 40 % van het oorspronkelijke aantal alen moet kunnen uittrekken.
In Nederland heeft dat geresulteerd in een aantal maatregelen:
• De sportvisserij heeft voor alle hengelaars een meeneemverbod ingesteld
• De beroepsvissers mogen in de periode van september tot december geen aal meer vangen
• In de waterkrachtcentrales moet de sterfte worden verminderd

Daarnaast wordt door de waterschappen veel werk verricht dat een goede bijdrage levert. Dat bestaat vooral uit:
• De realisatie van vispassages
• Vermindering van sterfte in gemalen
• Het instellen van aalreservaten

Tot slot is er recent nog een vangstverbod voor paling (en wolhandkrab) van kracht voor de wateren, die vervuild zijn met dioxines en pcb’s. Dat geldt vooral voor de grote rivieren.

De wateren van Aa en Maas zijn volgens mij erg geschikt om een aalreservaat in te richten vanwege de geringe vervuiling en het ontbreken van beroepsvissers. De glasaal heeft de mogelijkheid om in te trekken door de realisatie van diverse vistrappen waaronder de verbinding van de Aa en de Dommel met de Maas bij Crevecoeur en een aalgoot bij het gemaal in Gewande.
Ook kan de schieraal uittrekken, zodat voor nageslacht gezorgd kan worden.
In het bijzonder het gebied dat afwatert achter de sluis in Lith (stroomgebied van de Aa en de Koningsvliet) is geschikt omdat de schieraal dan op weg naar zee geen waterkrachtcentrale hoeft te passeren.

Om de hoeveelheid geschikte alen in het aalreservaat te vergroten kan ook nog gedacht worden aan het uitzetten van jonge aal. Dat kan glasaal zijn en eventueel ook pootaal. Deze jonge alen moeten gebiedseigen zijn. Dat wil zeggen dat zij worden gevangen in de omgeving van waaruit zij verder zouden kunnen trekken naar het aalreservaat, omdat anders het gevaar bestaat dat zij later als schieraal de weg naar zee niet meer zullen terugvinden. Helaas is het echter op dit moment nog niet mogelijk om gebiedseigen glasaal te kopen en ook de mogelijkheden voor geschikte pootaal zijn op dit moment niet aanwezig. Ik blijf er echter bij Sportvisserij Nederland en Sportvisserij Zuidwest Nederland om deze mogelijkheden verder te onderzoeken, zodat het herstel van de aal verder kan worden bevorderd.

Jos van den Broek

VBC Aa en Maas stelt zich voor...

Die eigen website kunnen we als commissie natuurlijk niet zomaar laten gebeuren en daarom hebben we besloten om per toerbeurt een verhaaltje te plaatsen. Aan mij als voorzitter de eer om af te trappen. Zoals voor alle commissies nam de voorbereiding voor de VBC Aa en Maas enige tijd in beslag, maar op een zonnige namiddag in juni 2009 lag er dan een convenant tussen alle betrokken partijen met Rijkswaterstaat, belanghebbende vanwege de kanalen, als agendalid. De ondertekening vond plaats in een feestelijke sfeer; het waterschap had nabij de Kilsdonkse molen een aparte partytent neergezet. Een prima actie, want het is altijd goed voor de sfeer om zo te beginnen, met een drankje en een hapje en een paar warme toespraakjes.

Ik mag dus voorzitter zijn. Tot voor een jaar of vier was de sportvisserij voor mij een nogal onbekende, maar dat gemis heb ik snel in kunnen halen, o.a. omdat ik bemiddelaar werd bij een conflict tussen waterschap Aa en Maas, het Brabants Landschap en de gemeente Boxmeer enerzijds en drie hengelsportverenigingen anderzijds, terwijl ik daarnaast nu ruim twee jaar AB-lid ben van waterschap De Dommel namens Water Natuurlijk; deze groepering is, zoals wellicht bekend, door Natuurmonumenten en Sportvisserij Nederland gezamenlijk opgericht ivm de waterschapsverkiezingen van eind 2008.
Tel ik daar deze VBC bij op dan voel ik me inmiddels al aardig als een vis in het water in de wereld van de hengelaars en voel aan wat ik een sportvisser in een TV-programma onlangs hoorde zeggen: “Door ontspanning spanning!”.

Als VBC zijn we tot nu toe zeven keer bij elkaar geweest. Uiteraard is onze belangrijkste klus het maken van een visplan. We gaan dat over 14 dagen definitief vaststellen om het vervolgens ter toetsing aan te bieden aan het bestuur van het waterschap. “Completer en concreter dan vele andere visplannen, die in de maak zijn”, zo zei de medewerker van Sportvisserij Nederland, die ons – prima - ondersteunt bij de opstelling.
Conform de wet hebben we het visplan voor de Brabantse kanalen eind vorig jaar al voor een eerste toetsing aan de betrokken staatssecretaris aangeboden.

In deze zeven vergaderingen hebben we natuurlijk ook over andere onderwerpen gesproken. Om er willekeurig een aantal te noemen: aalherstel/ -reservaat; monitoring vistand/ visstandonderzoek; vissen in ecologische verbindingszones met een afspraak over spelregels; de konsekwenties van de omleiding van de Zuid-Willemsvaart; omgaan met vis in ongewone omstandigheden; lokvoer en waterkwaliteit; de plannen voor enkele waterkrachtcentrales in de kanalen en andere wateren. Als het nuttig is nodigen we een externe inleider uit; dat is inmiddels al een paar keer gebeurd en met succes. En binnenkort verschijnt ons eigen logo!

De sfeer in de commissie vind ik open en prettig en getuigen van een gezonde uitwisseling van “halen en brengen”. En in Ard Verheijen beschikken we over een uitstekende secretaris. Kortom: we zijn goed bezig, constateer ik en dat houden we ook zo wat mij betreft!

Paul van Poppel