Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons cookiebeleid.

Accepteer cookies

Zuid-Holland

Friesland

Groningen

Drenthe

Overijssel

Flevoland

Noord-Holland

Utrecht

Rijksbeleid

De binnenvisserij dient vanzelfsprekend rekening te houden met de wettelijke regelingen en beleidsmaatregelen van de rijksoverheid. Daarnaast zijn er vooral Europese richtlijnen ontstaan waarmee de visserij en het visserijbeheer rekening moeten houden.

Doel: duurzame visserij en duurzame visstand

De kern van het huidige binnenvisserijbeleid is te komen tot duurzame visstanden. Een duurzame visstand is een visstand die passend is voor het watersysteem.

Het Rijk ziet het visplan als een belangrijk middel om dit te bereiken. Het visplan dient inzichtelijk te maken dat er sprake is van een passend en duurzaam beheer door visrechthebbenden. En dat er geen strijdigheid is tussen het visserijbeheer en de doelen van het water- en natuurbeheer. De waterbeheerder krijgt daarom een belangrijke rol bij het toetsen van het voorgenomen visserijbeheer.

Het opstellen, uitvoeren en naleven van een visplan door de visrechthebbenden is niet vrijblijvend. Voor een groot aantal gebieden is het opstellen en uitvoeren van een toetsbaar visplan als voorwaarde opgenomen in de huurovereenkomsten van het visrecht.
Voor de Staatswateren heeft de minister van Economische Zaken (EZ, voorheen EL&I / LNV) hiervoor per brief aan de huurders van visrecht een aanwijzing gegeven en heeft deze voorwaarde opgenomen in een daarvoor gewijzigde huurovereenkomst.
De Waterbeheerders en terreinbeheerders zijn door het ministerie aangeschreven de beleidslijn over te nemen, om te komen tot eenheid in beleid voor alle binnenwateren. Steeds meer waterschappen en terreinbeheerders volgen daarom het beleid om het opstellen van een visplan te koppelen aan het verhuren van visrecht.

Visserijwet en visplannen

De Visserijwet 1963 kent aan de visrechthebbenden bepaalde bevoegdheden en verantwoordelijkheden toe bij het visserijbeheer. De kerngedachte is dat de visrechthebbende zlf beheermaatregelen kan en mag treffen om de visserij zo optimaal mogelijk op de eigen wensen af te stemmen.

Maar het is weinig zinvol ieder voor zich beheer te laten voeren in aaneengesloten wateren met een gezamenlijke visstand. Veel Nederlandse wateren zijn immers onderling verbonden, en vissen kunnen tussen de verschillende watersystemen en beheergebieden migreren. Daardoor kunnen beheermaatregelen van de verschillende visrechthebbenden elkaar onderling benvloeden (positief en negatief).
Het effect van beheermaatregelen neemt toe als deze tussen visrechthebbenden zijn afgestemd. Ook hiervoor is het opstellen en uitvoeren van een visplan functioneel.

De overheid  wil het opstellen en uitvoeren van visplannen op termijn in de Visserijwet gaan verankeren. Een wettelijke verankering zou betekenen dat een visplan verplicht wordt voor alle wateren in Nederland. Ook voor visrechthebbenden die de visserij niet uitoefenen onder een huurovereenkomst wordt een visplan dan verplicht. Het gaat hierbij meestal om eigenaren, ook van heerlijke visrechten. Dit bevordert in hoge mate een afgestemde visserij in een beheergebied. Volgens het voornemen van het ministerie zullen de visplannen getoetst moeten worden aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water. De Kamer voor de Binnenvisserij krijgt de taak om de visplannen te toetsen en krijgt tevens een taak bij het beslechten van geschillen.
De landelijke visserijorganisaties zijn in beginsel voorstander van een wettelijke verankering.

Nationaal aalherstelplan

Voor aalvisserij en aalbeheer heeft de minister besloten om te onderzoeken of decentraal aalbeheer via VBCs en visplannen een volwaardig alternatief kan vormen voor de ingestelde gesloten tijd voor de aalvisserij. Dit betreft de beroepsvisserij.
Als de uitkomsten van dit onderzoek bekend zijn, volgt hierover verder informatie.

Beleidsvoornemens binnenvisserij

De overheid heeft het beleid voor de binnenvisserij verwoord in een brief aan de Tweede Kamer van november 2009, getiteld Beleidsvoornemens binnenvisserij en verankering VBC's en visplannen. Het bouwt voort op het Beleidsbesluit Binnenvisserij 1999. Enkele belangrijke beleidsvoornemens staan hieronder.

  • VBC-voorwaarden in rijkswateren. Per 1 januari 2010 zijn de VBC-voorwaarden in de huurovereenkomsten voor de staatswateren aangescherpt. Deelname aan een VBC blijft verplicht. Ook staat in de huurovereenkomsten de verplichting tot het opstellen van een visplan en het vissen volgens dit visplan. In het visplan moeten duurzame visserijafspraken staan die aansluiten op de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het opstellen en naleven van een visplan is een gedeelde verantwoordelijkheid van de deelnemers aan de VBC. De waterbeheerders hebben ook zitting in deze VBCs en geven een zwaarwegend advies over de verenigbaarheid van de visplannen met de KRW. De visplannen op de staatswateren moeten uiterlijk 1 januari 2011 klaar zijn.
  • VBC-voorwaarden in niet-rijkswateren. De overheid wil tot vergelijkbare verplichtingen komen in de overige binnenwateren. In de visserijregelgeving komt de verplichting tot het opstellen van visplan en het vissen volgens dit visplan. De gezamenlijke visrechthebbenden in de VBC stellen dit visplan op. Ze stemmen de voornemens af met de waterbeheerder. Het ministerie bereidt de aanpassing van de regelgeving nu voor.
  • En producentenorganisatie binnenvisserij. De sector zal toewerken naar de instelling van n producentenorganisatie (PO) voor de binnenvisserij. Nu zijn er nog twee structuren: de PO IJsselmeer voor de IJsselmeervissers en de Combinatie van Beroepsvissers.
  • MSC-keurmerk. Ontwikkeling en invoering van een MSC-keurmerk voor duurzaam gevangen vis voor de binnenvisserij.
  • Actieprogramma verbreding beroepsvisserij. Op dit moment heeft de beroepsvisserij op de binnenwateren een smalle economische basis. Verbreden van de bedrijfsactiviteiten, creren van toegevoegde waarde en beter vermarkten van de producten zijn strategien waarmee beroepsvissers hun bedrijven kunnen versterken.
  • VISpas. Verhogen van de dekkingsgraad van de VISpas, en stroomlijning van de VISpas-voorwaarden.
  • Gedragscode dierenwelzijn. Stimuleren van de verdere doorvoering van de gedragscode dierenwelzijn voor de sportvisserij.
  • Stimuleren van VBCs en visplannen.
  • Stroperijbestrijding.
  • Afschaffing Kamer voor de Binnenvisserij en visakte.
  • Lijst met vissoorten. De lijst met vissoorten waarop de Visserijwet van toepassing is, zal in 2010 worden geactualiseerd.
  • Uitgifte van rijk naar sector. Op dit moment is het ministerie nog verantwoordelijk voor de uitgifte van huurovereenkomsten en schriftelijke toestemmingen voor de beroeps- en sportvisserij op de staatsbinnenwateren. Met de sectororganisaties voor sport- en beroepsvisserij is afgesproken om te onderzoeken of de uitgifte van deze documenten in de toekomst bij hen kan worden gelegd.

Op de pagina Downloads overheidsbeleid kunt u alle relevante beleidstukken over het overheidsbeleid binnenvisserij downloaden.