Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons cookiebeleid.

Accepteer cookies

Zuid-Holland

Friesland

Groningen

Drenthe

Overijssel

Flevoland

Noord-Holland

Utrecht

Heerlijke visrechten

Heerlijke visrechten vallen onder de noemer van zogenaamde oude zakelijke rechten. Deze oude zakelijke rechten dateren van voor de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838. Het bijzondere aan oude zakelijke rechten is dat ze los staan van het eigendom van de grond. Oude zakelijke rechten zijn verhandelbaar en overerfbaar. Er bestonden voor 1838 diverse soorten zakelijke rechten, het visrecht was daar één van.

Oude zakelijke visrechten

Voor 1838 konden het eigendom van de grond onder het water en het visrecht apart verhandeld worden. Sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek is dit niet meer mogelijk. In artikel 641 van het (oude) Burgerlijk Wetboek werden deze oude rechten wel geëerbiedigd. Dit betekent dat de oude rechten tot in lengte van jaren kunnen blijven bestaan. Juridisch zijn heerlijke visrechten (ook wel oude zakelijke visrechten) alleen relevant indien kan worden aangetoond dat zij in 1838 al bestonden. De oude zakelijke visrechten kunnen vervallen, als het visrecht en het grondeigendom bij één persoon komen te liggen. Ze mogen daarna niet meer apart verhandeld worden. Er zijn twee soorten oude zakelijke visrechten: heerlijke visrechten en niet-heerlijke visrechten.

Heerlijke visrechten

Heerlijke visrechten werden vroeger uitgegeven door koningen en keizers aan hun lagere gezagsdragers voor een bepaald gebied, de heerlijkheid. De begrenzing van een heerlijkheid moet uit oude documenten herleid worden. Het heerlijk visrecht strekt zich uit –behoudens tegenbewijs- tot alle openbare of bevaarbare wateren binnen de heerlijkheid, zoals die bestonden voor 1838.

Niet-heerlijke visrechten

Niet-heerlijke visrechten zijn visrechten gekocht voor 1838, waarvan de begrenzing in oude akten is aangegeven. Daarbij geldt dat de breedtebegrenzing gevormd wordt door de rivierbedding, terwijl de lengtebegrenzing met duidelijke kenmerken is aangegeven. Op de rivier aangesloten wateren in de uiterwaarden vallen hier ook onder.