Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons cookiebeleid.

Accepteer cookies

Zuid-Holland

Friesland

Groningen

Drenthe

Overijssel

Flevoland

Noord-Holland

Utrecht

Toetsing Visplan

Het is niet de bedoeling dat het toetsen van Visplannen uitmondt in een lang (ambtelijk) traject. Door goed overleg in de VBC en het uitvoeren van een voortoets kan dit efficiënt worden ingericht.
Belangrijk is dan wel dat de water- en de natuurbeheerder structureel deelnemen aan de VBC. Strijdigheid en conflicterende maatregelen kunnen dan tijdig worden gesignaleerd en bijgesteld. Ook is van belang dat de betrokken instantie(s) de benodigde expertise voor een beoordeling bezitten.

Belangrijk is ook dat de toetsende partijen relevante informatie in de VBC beschikbaar stellen, teneinde het visplan zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden. Daarmee wordt het risico op een negatief advies of negatieve toetsing zo klein mogelijk gemaakt.

Bij de toetsing - zowel de voortoets als de formele toetsing - gaat het om het voorgenomen beheer en de visserij van de individuele visrechthebbenden, ook als het gezamenlijke maatregelen betreft.

Let op: procedure en inhoud van de toetsing worden op landelijk niveau besproken door het Minsiterie van EZ, Rijkswaterstaat, de Waterschappen, de Combinatie van Beroepsvissers en Sportvisserij Nederland. Zodra er een uniform toetsingskader beschikbaar is zal dat op deze website worden bekendgemaakt. Het huidige toetsingskader dat voor alle rijkswateren wordt gebruikt kunt u hier downloaden.

De voortoets

In de VBC wordt een 'voortoets' op een concept-visplan uitgevoerd. Hierbij wordt voorgenomen beheer en visserij, vertaald in maatregelen, in onderlinge samenhang bekeken en beoordeeld. Maatregelen die niet passen bij de streefbeelden en doelen, kunnen dan worden bijgesteld in overleg met de visrechthebbende die zo’n maatregel voorstelt.

Visrechthebbenden hebben echter géén formele bevoegdheid elkaars visserijbeheer goed- of af te keuren. Iedere visrechthebbende is op basis van de Visserijwet en de voorwaarden in de huurovereenkomst zélf verantwoordelijk voor de eigen maatregelen en visserij.
Maar het is doorgaans doelmatig en gewenst te streven naar zoveel mogelijk uniformiteit, consensus en afstemming binnen het visplan. Dit voorkomt strijdige beheermaatregelen en kan het effect van afzonderlijke maatregelen versterken.

De voortoets bestaat uit twee onderdelen

  1. De VBC beoordeelt de voorgenomen maatregelen van de individuele visrechthebbenden op voldoende onderlinge afstemming en niet-strijdig zijn met de opgestelde doelen en streefbeelden voor het visserijbeheer. Maatregelen die hiermee strijdig zijn, kunnen dan in overleg worden bijgesteld.
  2. De VBC beoordeelt de voorgenomen maatregelen op niet-strijdig zijn met door overheden opgestelde doelen voor het water-, natuur- en aalbeheer. Is er sprake van strijdigheid, dan wordt in overleg met de betrokken visrechthebbende gestreefd naar bijstelling van de maatregel. De VBC kan adviseren over de gewenste bijstelling.

Formele toetsing

Pas na toetsing aan doelen vanuit water- en natuurbeheer kan het visplan of een onderdeel daarvan worden uitgevoerd. De plannen mogen niet strijdig zijn met deze doelen.

Voor de Rijkswateren voert Rijkswaterstaat de formele toets uit. De toets leidt tot een advies aan de minister van EZ (voorheen EL&I, daarvoor LNV).
Voor de overige wateren is het meestal het waterschap die de visplannen toetst. In de praktijk zal het vooral gaan om voorgenomen visonttrekkingen en visuitzettingen. In Natura 2000-gebieden kan ook het gebruik dat de visserij van gebieden maakt (omvang, seizoen) een rol spelen.

De formele toetsing kan uit vier onderdelen bestaan:

  1. Algemene toetsing op de aanwezigheid van een visplan, met bijdragen van de visrechthebbenden voor zover hiertoe in de huurovereenkomst (of anderszins) verplicht. Deze toetsing doet de verhuurder; voor de Rijkswateren is dit het ministerie van EZ (voorheen EL&I / LNV), voor de waterschapsgebieden het waterschap.
  2. Toetsing van de relevante maatregelen aan de KRW-doelen. Dit doet de waterbeheerder.
  3. Toetsing aan Natura 2000-doelen (voor zover relevant). Dit doet het bevoegd gezag, meestal de provincie.
  4. Toetsing aan de kaders uit het nationaal Aalbeheerplan (voor zover relevant). Dit doet het ministerie van EZ.